maandag 30 januari 2012

Singapore vervult de kinderwens

Gistermiddag stond ik tijdens het koken te rekenen. Toen ik werd geboren, was mijn moeder net zo oud als mijn oma toen ze mijn moeder kreeg. Ik ben de oudste. Mijn moeder is de vierde in de rij. Toen E. werd geboren, was ik net zo oud als mijn moeder toen die overwoog nog een derde kindje te krijgen. En de ouders van de 7 maanden oude tweeling met wie S., E. en ik gisteren door de Botanic Gardens hobbelden zijn net zo oud als mijn moeders moeder toen ik werd geboren.

"Daar heb jij vast een mening over", zei zus F. op onheilspellende toon. En dat is ook zo, of, dat zou ook zo zijn als ik niet had gezien met hoeveel liefde die vader en moeder hun kroost overstelpen. En als ze niet hun hart bij ons uit hadden gestort over het medische circus en de bijbehorende financiele aderlating die de jarenlange gang langs de specialisten hen had gekost. Ze willen dit echt. Ze offeren vol vreugde hun leven op voor twee kleine wondertjes (ze hebben natuurlijk ook al een heel leven gehad, dat is dan ook wel weer zo). Het enige dat mij enigszins zorgen baart, is het gebrek aan een hechte kring van vrienden of familie die hen kan steunen. Want het zijn natuurlijk wel expats hier in Singapore. En ze durfden niet zo goed aan hun vrienden te vertellen dat ze zwanger was. 

Terwijl ik aan mijn mommy-netwerk bouw, hoor ik regelmatig IVF-verhalen, adoptie-perikelen en leer ik zelfs de ins en outs van surrogaatmoederschap kennen (van de baby-wensende kant). Nu is mijn vriendenkring in Nederland grotendeels nog te jong voor zulke verhalen (al ken ik hier ook een moeder wiens eierstokken al vroegtijdig aan hun verschrompeling bleken te zijn begonnen en daarom aan de IVF moest), dus wellicht lijkt het alleen maar alsof het hier veel meer voorkomt en is de leeftijdsspreiding van de mensen die we hier leren kennen gewoon wat groter.

Maar het scala aan vruchtbaarheidsbehandelingen is in Azie wel groter en toegankelijker, zeker als je expat bent en (dus) geld hebt: IVF op latere leeftijd, surrogaatmoederschap, snellere adoptieprocedures. De verzekering dekt veel, de medische stand is goed en wordt (nog?) niet geplaagd door allerlei ethische regelgeving zoals in grote delen van Europa en Noord-Amerika. Ook belangrijk: Hier zijn onze vrienden geen voorpaginanieuws, zoals de Friese oma-moeder in Nederland wel was.

Dat wil niet zeggen dat het (dus) ook makkelijk is. Het kostte het oudere echtpaar twee jaar zwoegen en klussen om hun lichamen in goede conditie te krijgen, waarbij en passant nog een auto-immuunziekte en een schildklierafwijking werden geconstateerd. Twee andere wensouders raakten zes maanden na de adoptie alsnog hun dochtertje kwijt, omdat de wet hier bepaalt dat de biologische ouders zich tot dat moment nog mogen bedenken. Een andere Europese vrouw werd gebeld door de surrogaatmoeder van haar toekomstige kindje. Ze kon toch geen afstand doen van de vrucht in haar buik, ondanks dat de mannelijke inbreng niet van haar eigen echtgenoot afkomstig was.

Vrijwel al deze mensen hebben inmiddels een eigen kindje (of twee), zonder uitzondering stevige, gezonde, tevreden wezentjes. De ouders stralen. Zij waren zonder een garantie op succes bereid om zichzelf door te laten lichten, naar de andere kant van de wereld te verhuizen, een nieuwe baan te zoeken en met twee handen al hun spaargeld in de diepe put van medische wetenschap, adoptiebureaus en surrogaatbemiddeling te smijten. Dat is pas toewijding.


Ongerelateerd plaatje uit de dierentuin: E. wijst opa D. en S. op het bestaan van aapjes. Maar het aaien van de konijntjes vond ze suf (er was namelijk ook een glijbaan!) De nijlpaarden vond ze cool, maar van de giraffes en de leeuwen was ze niet onder de indruk. Ze sliep zelfs door het voeren van de witte tijgers heen.

dinsdag 24 januari 2012

How to travel around Cambodia with a one year old

Summary: buy thee a manduca. Because the words "road", "path", "walkway" and "street" are used in many wildly diverging contexts and the actual infrastructure described does not necessarily bear any resemblance to Western definitions of those nouns.

Original text: I did not want to go to Cambodia. I lusted after white Thai beaches with palm trees and all-inclusive resorts, with reputable doctors and easy access to swift airline connections. You know, just in case. The Bigfoot travelguide to Cambodia (do not purchase this NGO-bashing, cocktailbar biased guide unless you are a jaded, tourist-hating, Hemingway-inspired backpacker looking for paradise hoping to be disappointed) warned us that if we needed anything other than the painkillers we brought ourselves, our best bet was a plane to Bangkok. (S. did not read this before we arrived in Siem Reap.)

I mean, we were travelling with our non-walking, fourteen months old baby. Do we pick a tourist friendly place where they have lots of experience with demanding expats or go with the completely destroyed, abjectly poor third world country without any proper infrastructure? See, I knew you'd agree with me.

S. however, prevailed, as is usual in these kind of cases. He then left me to actually organise the trip. Which turned out fantastic. As S. likes to point out: "We make a good team. I make good decisions, you make sure they turn out right." And history supports this claim, as he decided to kiss me first eight years ago (so what if my response almost beat the speed of light? The point is, he started it).

But it's not just us. Anybody can go to Cambodia and have a wildly wonderful time. Because:

Cambodians are really really really nice.
They just are. Lots of smiles, lots of sound advice ("hide bag, many thieves"), lots of cooing and admiring of our lovely E. (including touching her skin and hair in wonderment - yes, she's still really white). Cambodians love children. I did not see a single angry parent during our two week stay. And they also love visiting babies. Even if the baby purposefully sets out to rearrange all the presents underneath the huge Christmas tree in the lobby of the Most Expensive Hotel In Phnom Penh (manager upon seeing the destruction wrought by E.: "My son is the same age! Is she walking yet?"). Or if the baby scatters all the room keys across the bar area while smiling beatifically. When I apologetically ran in to clean up after her, they shooed me out. Yes. They shooed ME out. They let her stay.

Manducas are wonderful inventions.
I could not see us taking the pram to the admittedly otherwise glorious ruins of Angkor Wat (the key word is "ruins". To make myself completely clear: this also means the walkways, hall ways and paths are "ruined", i.e. not suitable for things on wheels. Language takes on new meaning once you become a parent.) So we bought a manduca, a German Ergonomic Baby Carrier.

It is the BMW of baby carriers. E. loves it. We pranced around centuries old temples for hours while inspecting intricate carving work and she just cuddled and giggled and slept while the tuktuk was ferrying us from one overgrown jungle complex to another. And when S. put on the manduca the next day, her face lit up and she tried to climb his leg to get into it herself. Not only did we get to see loads temples, but she even let us leisurely inspect the killing fields, the genocide museum and take a bike ride. (All right, so she freaked out when we got lost in the mangrove forest on Rabbit Island. But in our defense, we didn't know there were lethally poisonous snakes hiding in the mud.)

Foreign do-gooders have opened amazing hotels.
Every single hotel we stayed at was wonderful. And owned by foreigners trying to do some good in Cambodia, either by sustainable labour policies, or sustainable energy policies, or sustainable economic growth and often all three combined.

The Villa at Siem Reap: the nicest staff ever (possible because they apparently had a very good maternity policy and a lot of the staff was either pregnant, planning to become pregnant or parent to a same age baby as E.). Very helpful ("Better not go on cycle trip with baby. Very hot. Poor baby!"), very nice, and very accurate.

The Kabiki in Phnom Penh: wonderful pool area for children and lovely enclosed garden in front of the hotel room, so E. could crawl around to her hearts content, while we could lounge around with huge glasses of fruit juice to our hearts content (substitute "cocktail" if you, unlike us, intend to stay up longer than 8 pm).

The White Mansion in Phnom Penh: lovely, huge, airy, bright and comfortable room. Free dvd's, so I watched the movie of the Killing Fields, and they even gave E. a little teddy bear!

The Vine Retreat at Kep province: an ecological pepper farm with a natural pool in a traditional farm house. Amazingly, no one complained even though the walls were made of wood and E. woke up around 5 am every morning. Lots of animals and plants and general exciting outside things for E. to see and, eventually, even to touch. And the food... Oh, the food was luscious and wonderful and fresh and not spicy at all, because:

Cambodian cuisine does not use chilis (well, not a lot anyway).
So E. could eat basically the same thing we were having. If she would try. She often wouldn't. Finally we figured out what was going: our little albino had "white days". On these days, she would only eat white stuff, such as white rice, white bread, white oatmeal, white eggs and white crabmeat. The sole exception were yellow fruit juices. No matter what day, she would always have fruit juice.

As a result, we had to haul all the emergency baby food supplies we imported into Cambodia back home again.

Poor S. They were in his backpack.

(Bonus: Cambodian airports are tiny and take no time at all.
When we left via the country's main airport in Phnom Penh, I worried arriving an hour and a half before the flight was scheduled to leave, would mean serious hassle and, worst case, a missed flight. S. worried that we might not be at the right terminal, since he couldn't find any signs telling us which airline flew from which terminal.

There was only one terminal. With 20 desks. And ours opened fifteen minutes after we arrived. We were first in line. We ended up with an hour to kill.

So I got a massage.

It was the most relaxing holiday I've ever had.)

maandag 23 januari 2012

Singapore is fijn

Voor de goede orde: ik, en wij, genieten met volle teugen van het Singaporese leven. De afgelopen weken hadden wij bezoek uit Nederland, zowel familiaal (hallo opa D.!) als van vrienden (hallo shrink-in-spe W. met vriendin V.!) en mochten we hen rondleiden in onze huidige woonplaats. Chinatown was favoriet, geen wonder want vanwege het Chinese Nieuwjaar hangt het daar vol rode deinende lampionnen, geurt het er naar feestelijk eten en glimmen de mandarijnen, de roze bloemen en de gouden draken je tegemoet.

Maar opa D. was ook bijzonder gecharmeerd van het Fort Canning Park en het Singapore Arts Museum, terwijl W. en V. in Bukit Timah Nature Reserve niet weg te slepen waren bij de aapjes. Een jungle midden in de stad, waar je met de taxi heen kunt en vervolgens om de hoek bij een food court lekker lunchen - sowieso is het eten in Singapore gewoon vrijwel altijd goed met uitschieters naar heel goed - waar ter wereld vind je dat, behalve in Singapore?

Het leven is hier heerlijk. Het is goed georganiseerd, het is schoon, het is veilig, bezoek hoeft niets uit Nederland mee te nemen, want alles is hier te krijgen, van drop tot aan banketstaven tot aan babyslaapzakken. Wij houden van het weer, van de zon, de regen en de zeebries, maar we houden ook van de optie om midden op de dag aan de hitte te ontsnappen in de airconditionede winkel- en kantoorpanden.

Het meest houden we van de mensen. Singaporezen zijn supervriendelijk. Ze zijn gek op kinderen, houden van lachen, maken altijd een praatje, houden de lift voor je open, staan op in de metro - ik heb zo her en der op internet daar wel anders over gelezen, maar dat zelf eigenlijk nog nooit meegemaakt. Het thuisfront veronderstelt vaak dat het komt door de brede glimlach van ons blond, blauwogig meisje, maar ook als ik zonder haar buiten de deur kom (en ja, ook dat gebeurt wel eens) zijn de mensen aardig en voorkomend.

Natuurlijk, het is hier anders dan in Nederland. En daar verbaas ik me over. Zoals over het feit dat er hier minder vuilnisbakken het aanzicht van de straat vervuilen dan in Nederland (het is hier niet nodig, Singaporezen zijn simpelweg veel schonere mensen dan Nederlanders). Of dat het sociale leven zich hier afspeelt rondom de malls, die niet alleen winkels, maar ook de beste restaurants, fitnesscentra, kinderspeeltuinen, doktoren en tandartsen bevatten. Zo hebben de Ieren de pubs, en de Nederlanders - tja, waar ontmoeten wij elkaar eigenlijk? Hebben wij wel zo'n ontmoetingsplek buitenshuis waar het leven zich afspeelt, of zitten we voornamelijk opgesloten in onze eigen huiskamer?

Het is de verbazing van de nieuweling, die net komt kijken, en die ziet wat anders is dan thuis. Het is dezelfde verbazing die Stuff Dutch People Like tentoonspreidt van de expat die probeert te begrijpen hoe deze nieuwe wereld werkt en eruit ziet. Het is verbazing die voortkomt uit het plezier om in Singapore te zijn. Want ik geniet van het leven hier en ik vind het fijn om hier te wonen. Ik hoop dat we nog even kunnen blijven.

vrijdag 6 januari 2012

Project Eet Aziatisch: Brood!

(Ik tik dit schaars gekleed, aangezien u mij halverwege het verwisselen van mijn dagelijkse kloffie voor een badpak treft. Ik ging namelijk met E. in het zwembad springen. Maar een stierlijk vervelende E. klaarde dusdanig op bij het zien van haar bed en wees daar zo gebiedend naar, dat ik haar - vervuld van moederlijke twijfels, want dit is niet Hoe Het Werkt - over de rand kieperde en toedekte. Waarop zij mij met een vrolijke glimlach de kamer uit wuifde. En in slaap viel. Ach, hoe anders was het gisteravond toen zowel S. als ik haar keer op keer als Klaas Vaak zachte zoete handjes zand hebben toegeworpen in de vorm van liedjes, fluitconcertjes, knuffeltjes en aaitjes, alleen om vijf minuutjes later door een hysterische schreeuw weer haar kamertje in gesommeerd te worden!)

Wij waren dus in Cambodja de afgelopen twee weken. Dat is een fantastisch land dat gebukt gaat onder de verschrikkelijke erfenis van de Rode Khmer. Afhankelijk van de schattingen is een zevende tot een kwart van de bevolking overleden in de vijf jaar dat Pol Pot regeerde en dan laat ik de slachtoffers van de Indochinese en Vietnamoorlogen - kerstbombardementen in Cambodja! - nog buiten beschouwing. Het was niet eens genocide, want daarvoor moordde het regime te lukraak om zich heen. Wij weten dat omdat we daar nu boeken over lezen. Ik worstel me door When the war was over van Elizabeth Becker, S. vordert gestaag in Pol Pots little red book van Henri Locard*. Dat hadden we beter vantevoren kunnen doen, maar toen wisten we nog niet dat we deze boeken gingen kopen.

Maar de Rode Khmer heeft niet in zijn eentje de economie van Cambodja vernietigd, het vertrouwen van het volk uiteen gereten en de eigen cultuur verbrand om plaats te maken voor een ideale wereld! Nee! Ook de Vietnamezen, de Chinezen en de Fransen hebben hun steentje bijgedragen. Die laatste hebben de Cambodjanen naast kennis van de Europese geschiedenis, Europese politieke systemen, Europese revoluties en de witte wondere wereld van sneeuw ook de kunst van het brood bakken bijgebracht. In de discussie over de Grotere Consequenties van Kolonialisme wil ik me niet mengen, maar zo'n zestig jaar na de beeindiging van de Franse bezetting werd ik van de achtergebleven broodkunst wel heel blij.

Cambodjanen bakken niet alleen croissants en stokbroden, die oude moedertjes aan het eind van de middag uit grote manden op straat uitventen, maar ook gewoon wit brood, volkorenbrood, kleine broodjes, grote broodjes en dat allemaal zonder broodbakmachine! Al dat brood vulde een leegte in ons leven (nou ja - in mijn maag dan toch). Dus nadat de tassen thuis waren uitgepakt en ik weer kon slikken zonder zielige pijnscheuten door mijn hele schedel, heb ik Een Brood Gebakken.

Dit is het meest op Nederlands brood gelijkende brood** dat wij in Singapore konden vinden - Gardenia wholemeal, best te pruimen hoor, daar niet van... Maar zoals altijd met Brits/Amerikaans brood: het is gemaakt om geroosterd te worden.

Dat brood is mislukt. Er waren wat kleine dingetjes die niet in het recept stonden, maar die toch vrij essentieel bleken toen ik er Youtube eens op na sloeg. Zo is water en gist niet voldoende, maar moet er suiker bij. En ook kun je het zout beter tot een latere fase bewaren, aangezien dat het enthousiasme van de gist weer enorm tempert. En dat wachten tot je brood hol klinkt bij kloppen bleek ook best zinvol, aangezien mijn brood van binnen nog uit half-rauw deeg bleek te bestaan.

Maar gelukkig had ik zowel de gist als het volkorenmeel in grote hoeveelheid in geslagen (te weten: 2,5 kilo meel, 150 gram gist), dus ik kon nog even vooruit. En gisteravond heb ik een brood gebakken dat in de verte aan een Echt Brood doet denken. Applaus voor mijzelf!




Natuurlijk was het handiger geweest als ik het brood op de juiste zijde van het bakpapier had gelegd, maar E. was aan het gillen en ik had zojuist het topje van mijn wijsvinger aan de bakplaat verbrand (dat is nieuw, meestal verbrand ik de binnenkant van mijn pols aan bakplaten en nu ik die pols zo inspecteer realiseer ik me dat die littekens alweer redelijk verdwenen zijn en het dus inderdaad tijd werd voor een nieuwe baktatoeage), dus ik was er niet helemaal bij met mijn gedachten. Nu moeten we voor elk sneetje eventjes het papier van de onderste korst afpulken - geen moeite toch voor dikke snee vers zelfgemaakt brood?




S. heeft overigens nog geen hap van dit brood gehad. Het was gisteravond om half tien klaar, net voor we naar bed gingen en S. had zijn tanden al gepoetst. Hij is typisch in die dingen. Ik kon mezelf bedwingen tot kwart over elf vanmorgen (brave ik! Nog meer applaus voor mijzelf!).


Op de ene boterham zit honing, als ode aan de Britten, op de andere kaya, voor de Singaporezen. Kaya is likkebaardend lekkere jam van eieren, pandan en kokosnoot, en ik ben vast van plan ook dit zelf eens inelkaar te gaan draaien, want dan is het vast nog veel beter dan uit een potje. (Hum. Er zijn mensen voor wie dit soort uitspraken opgaan. Ik hoor daar niet bij.) Vanmiddag had ik twee boterhammen met cashewkaas ("cashew butter", ik kan er ook niks aan doen) en smeerkaas ("smeercashew" dan?). Ook goed te pruimen.

Mijn brood is absoluut beter dan dat van de supermarkt (al steek ik mijn hand er niet voor in de rooster of het acceptabele toast wordt). Maar aan dat Cambodjaanse voor mijn ontbijt vers gebakken witbrood met zes verschillende potjes jam in aardewerken potjes op bijpassend aardewerken dienblaadje met sneeuwwitte servetten en houten lepeltjes... Nee, daar kan het niet aan tippen.


* Het boekje bevat de slogans van "Angka", de communistische partij, maar ook de context, met af en toe verbluffende anecdotes. Zo meldden de Chinese communistische adviseurs bij thuiskomst toch enige zorgen over het Cambodjaanse regime, aangezien Pol Pot van hen had gevraagd om 13- tot 16-jarigen op te leiden tot tankcommandant. Dat hadden ze geweigerd.
** De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen: ook Singapore kent een club van ambachtelijke Vlaamsch Broodhuys-achtige bakkers en die bakken lekker (en duur) brood.